Terugblik: Webinar Fertilising Product Regulation en certificering

Terugblik: Webinar Fertilising Product Regulation en certificering

Webinar Fertilising Product Regulation en certificering

Het Nederlandse beleid rondom de meststoffen productie is verbonden met het beleid op Europees niveau. De Europese Meststoffenverordening is herzien en wordt van kracht op 16 juli 2022 om zo een veilige en geharmoniseerde markt te creëren voor meststoffen op de Europese markt. Dit gebeurt door een CE-markering op producten die voldoen aan de eisen voor meststoffen. Maar hoe gaat dit precies in z’n werk? Het Nutrient Platform organiseerde op 9 december een webinar met sprekers vanuit verschillende hoeken om hierover uitleg te geven. Harm Smit sprak namens het Ministerie van LNV over de veranderingen in de Europese Meststoffenverordening en hoe dit samen hangt met het Nederlandse beleid. Laura van Schöll (NMI) ging dieper in op de CMC categorieën waaruit meststoffen mogen bestaan. Ook gaf zij uitleg over de nog ontbrekende definitie van eindpunten voor dierlijke bijproducten. Hierna vertelde Lara van der Woude namens het NEN over het normalisatieproces en welke stappen gezet moeten worden om gestandaardiseerde analysemethoden in te voeren. Piet Derikx (WUR) houdt zich bezig met het ontwikkelen van analysemethoden. Hij deelde zijn kennis over de verschillende technische commissies en de taakgroepen die daaronder vallen om analysemethoden te ontwikkelen. Tot slot deelde Patricia Grolleman de praktijkervaring van ICL in het licht van de veranderingen in de Europese Meststoffen Verordening.

In dit artikel blikken we terug op de webinar en vatten we de belangrijkste punten samen.

Van de Europese Meststoffenverordening (2003/1003) naar de Fertilising Product Regulation (2019/1009)

De Europese Meststoffenverordening (2003/2003) is momenteel de geldende Europese regelgeving voor meststoffen. Deze verordening gaat uitsluitend in op mineralen meststoffen en laat weinig ruimte voor een Europese markt. Met het oog op de circulaire economie is de Europese Meststoffenverordening daarom herzien. De vernieuwde wetgeving heet de Fertilising Product Regulation (FPR EU2019/1009) en is in 2019 geïmplementeerd. Deze nieuwe regulation heeft als doel het creëren van een veilige en geharmoniseerde Europese markt voor meststoffen. Er is een aantal veranderingen ten opzichte van de Europese Meststoffenverordening (2003/2003). Ten eerste omvat de FPR niet alleen mineralen meststoffen, maar ook meststoffen op basis van herwonnen en organische stoffen. Herwonnen meststoffen zijn herwonnen uit afvalproducten. Het transport en verhandelen van dit soort producten is onder de Europese Meststoffenverordening (2003/2003) zeer gecompliceerd en soms zelfs onmogelijk. Het opnemen van herwonnen meststoffen in de FPR 2019/1009 biedt kansen voor het gebruik van reststromen als grondstof voor meststof. Op deze manier kan bijgedragen worden aan het sluiten van nutriëntenkringlopen. Ten tweede wordt er in de FPR gesproken over ‘fertilising products’ in plaats van alleen kunstmest. Dit zorgt ervoor dat bijvoorbeeld ook bodemverbeteraars en biostimulanten opgenomen worden. We zitten momenteel in een overgangsperiode van drie jaar tot deze nieuwe wetgeving daadwerkelijk van kracht wordt.

De FPR (2019/1009) bestaat uit een hoofdtekst en een aantal bijlagen. Tijdens de webinar werd specifiek ingegaan op de verschillende bijlagen, omdat die preciezer definiëren welke grondstoffen en welke product functie categorieën toegelaten zijn als meststof. Voordat we deze verder uitleggen, is het belangrijk om te weten dat de FPR spreekt van product functie categorieën (PFC) en van een componentenlijst (CMC). Zoals hierboven benoemd, omvat de FPR meer dan alleen kunstmest. Al deze verschillende producten zijn opgenomen in de Product Functie Categorieën lijst. Deze product functie categorieën mogen alleen opgebouwd worden uit toegelaten componenten. Deze staan benoemd in de CMC lijst. De bijlagen geven meer inzicht in welke categorieën er zijn, welke componenten toegelaten zijn, welke eisen er gelden, wanneer en hoe een CE markering aangevraagd kan worden.

Bijlage I omvat de Product Functie Categorieën (PFC). Dit zijn er zeven, waarvan de laatste gedefinieerd is als ‘blends’. Voor deze categorieën gelden product eisen. Aan deze landbouwkundige, milieukundige en wanneer van toepassing microbiologische eisen, moet voldaan worden. Bijlage II specificeert de bestandsdelen waaruit de product functie categorieën mogen bestaan. Er zijn op dit moment elf bestandsdelen, waarvan alleen de eerste refereert naar minerale stoffen. Heel binnenkort wordt deze CMC lijst uitgebreid met CMC12, CMC13, en CMC 14. Deze laatste drie bestandsdelen zijn de STRUBIAS stoffen. De eisen die gesteld worden aan de CMC’s en aan het proces verschillen van elkaar. Voor de StruBiAs (CMC12, 13, 14) stoffen gelden aanvullende eisen over onder andere andersoortige zware metalen. De CMC lijst kan nog steeds worden uitgebreid. Voor ideeën voor aanvullende bestandsdelen categorieën kan contact opgenomen worden met Harm Smit (Ministerie van LNV). De contactgegevens kunnen bij het secretariaat opgevraagd worden.

Voor veel PFC’s mogen dierlijke bijproducten die hun eindpunt hebben bereikt als bestandsdeel gebruikt worden. De uitvoering van het gebruik van dierlijke bijproducten in PFC’s  ontbreekt momenteel nog grotendeels. Dit komt omdat dierlijke bijproducten uitsluitend gebruikt mogen worden als bestandsdeel als ze het eindpunt in het verwerkingsproces bereikt hebben. Dit betekent dat de materialen zodanig verwerkt zijn dat ze geen risico meer vormen voor de veiligheid en gezondheid van mens en dier. De stoffen worden dan gezien als veilig en hiermee vallen ze niet meer onder de restricties van de dierlijke bijproducten verordening. Tot op heden is nog niet vastgesteld wat het eindpunt is van dierlijke bijproducten.

Bijlage III geeft uitleg over CE-labelling waarmee producten binnen de EU vrijelijk verhandeld kunnen worden. Producten die voldoen aan de eisen die worden gesteld door Bijlage I en II kunnen een CE-label krijgen. Op dit label moet informatie komen voor de eindgebruiker en moet onder andere inzicht geven in de gehaltes aan nutriënten, onder welke product functie categorie het product valt, en hoe het product gebruikt en opgeslagen moet worden. Er zijn veel regels verbonden aan labelling en daarom is er een guidance document opgesteld door de EU.

Voordat een product CE gemarkeerd mag zijn, moet er een conformiteitsbeoordeling uitgevoerd worden (bijlage IV). Door middel van een conformiteitsbeoordeling wordt gecontroleerd of voldaan wordt aan de eisen van de verordening. Deze beoordeling wordt uitgevoerd door een onafhankelijke certificeringsinstantie. De Raad van Accreditatie stelt deze instanties aan als Notifying Bodies (NoBo’s) die onder toezicht staan van de NWVA. NoBo’s worden hierna aangemeld in het NANDO systeem. Na een geslaagde conformiteitsbeoordeling kan het product op de Europese markt gebracht worden. 

De Europese Meststoffenverordening (FPR 2019/1009) is al geïmplementeerd, maar wordt op 16 juli 2022 daadwerkelijk van kracht. Momenteel zitten we in een overgangsperiode. In deze drie jaar wordt de Europese verordening geïmplementeerd in nationaal beleid, wordt een conformiteitsbeoordelingsstructuur opgezet, en worden standaarden ontwikkeld om conformiteit te beoordelen.

Conformiteitsbeoordeling door middel van gestandaardiseerde analysemethoden

De Europese Meststoffenverordening biedt dus kansen voor geharmoniseerde handel in meststoffen in heel Europa door middel van de CE-markering op producten die aan alle eisen voldoen. Om de conformiteitsbeoordeling uit te voeren, en dus te controleren of de producten voldoen aan alle eisen, zijn geschikte analysemethoden nodig. Deze moeten voor juli 2022 duidelijk zijn. De Europese Commissie heeft opdracht gegeven aan het Europees Normalisatie Instituut (CEN) in de vorm van een mandaat (M/564) om dit op te zetten. In het werkdocument worden alle eisen beschreven die naar aanleiding van de FPR worden gemaakt. Ook beschrijft het alle methoden die als basis gebruikt kunnen worden voor het controleren of voldaan wordt aan de eisen. Er zijn drie technische commissies die werken aan het mandaat in drie verschillende documenten: technical specifications, European standard en harmonized European standard. De European harmonized standard is opgedeeld in drie groepen: fertilizers and liming materials (PFC’s meststoffen, kalkmeststoffen en remmers), soil improvers and growing media (PFC’s bodemverberaars en groeimiddelen) en plant biostimulants (PFC biostimulanten).

Het ontwikkelen van geschikte analysemethode gebeurt in verschillende stappen. Elke PFC wordt in werkgroepen verdeeld en er wordt geïnventariseerd welke bestaande normen er zijn. Belangrijk is dat methoden voor mineralen meststoffen niet altijd hetzelfde werken wanneer er organisch materiaal in zit. Dit maakt het ontwerpen van analysemethoden voor PFC7, blends, ingewikkeld. Piet Derikx (WUR) zit in de werkgroep stikstof binnen de PFC blends. Zijn werkgroep kwam met een viertal analyseroutes voor stikstof die allemaal uit te voeren zijn met relatief weinig specifieke apparatuur. Bovendien maakt elk van de vier routes gebruikt van dezelfde apparatuur. De routes verschillen in de voorbewerking. Naast het belang van gestandaardiseerde analysemethoden, is het ook essentieel om representatieve samples te kunnen verkrijgen. Deze protocollen moeten in samenspraak zijn met de protocollen van andere technische commissies.

De technische specificaties komen volgend jaar ter beschikking. Tot 2024 zullen vervolgens validatie studies uitgevoerd worden, waarbij de nauwkeurigheid van de analysemethoden in de praktijk onderzocht wordt. De resultaten van dit soort studies geven inzicht in de betrouwbaarheid. Dit wordt internationaal aangepakt, in zowel commerciële en wetenschappelijke labs. Momenteel wordt er nog gezocht naar samenwerkingspartners voor het uitvoeren van praktijk analyses. Mocht je hier meer over weten, dan brengt het secretariaat u graag in contact met Piet Derikx van Wageningen UR.

Praktijk

Door middel van de FPR kunnen meststoffen producenten hun product vrijelijk verhandelen op de Europese markt wanneer het CE-gemarkeerd is. Zoals hierboven uitgelegd, moet er hiervoor eerst een conformiteitsbeoordeling uitgevoerd worden. Een dossier met alle benodigde informatie voor de beoordeling moet hiervoor worden opgesteld.

Patricia Grolleman, Regulatory Affairs Manager bij ICL Fertilisers, sprak in het laatste deel van de webinar over de stappen die ICL onderneemt om voor hun meststoffen een CE-label te krijgen. De FPR geldt uitsluitend voor de producten die op de product functie categorieën lijst staan (bijlage I). Als het product valt onder een van deze categorieën, is de FPR van toepassing op dit product. Hierna moet voor elk van de bestandsdelen van het eindproduct de technische specificatie verkregen worden van de leverancier. Deze specificatie omvat informatie over onder welke CMC het bestandsdeel valt, en het is nodig om te bewijzen dat de bestandsdelen voldoen aan de gestelde eisen over bijvoorbeeld verontreinigingen. Wanneer de producent de technische specificatie van alle bestandsdelen compleet heeft, wordt het productieproces beoordeeld op basis van de specificaties van de wetgeving. Belangrijk hiervoor zijn de harmonized standards op basis waarvan de producent kan beoordelen of het product voldoet aan de eisen. Aan die analysemethoden wordt, zoals hierboven uitgelegd, momenteel nog gewerkt. Na de productie van de meststof (uit alle bestandsdelen waarvoor de technische informatie bekend is) moet de technische informatie voor de eindstof vastgesteld worden. Ondanks dat alle bestandsdelen voldoen aan de eisen, moet dus ook het totale eindproduct worden beoordeeld. Wanneer de producent een positieve conformiteitsbeoordeling heeft, mag er een CE-label worden aangebracht. Dit label moet informatie geven over het product.

Er zijn een aantal problemen waar producenten, onder andere ICL, op dit moment tegenaanlopen. Ten eerste worden de technische specificaties van de bestandsdelen door de producenten vaak laat ontvangen vanuit de partijen bij wie ze inkopen. Ten tweede zijn er nog geen gestandaardiseerde analysemethoden. ICL werkt daarom met methoden die nog in ontwikkeling zijn wat investeringen vergt, maar waarvoor nog geen garantie is dat deze methoden een van de toegestane analysemethoden wordt. Tot slot is nog niet precies duidelijk wat er op het CE-label moet staan. Onlangs werd een guidance document gepubliceerd om hierover meer duidelijkheid te scheppen.

De presentaties van de webinar worden binnenkort gedeeld met alle aanwezigen. Voor vragen naar aanleiding van dit artikel kan contact opgenomen worden met het secretariaat.